Werkdruk
Je klapt je laptop dicht en opent hem tien minuten later toch nog even. Je neemt je voor dit weekend niet te werken en hoort jezelf zaterdag zeggen: ik doe alleen dit nog even. Op zondagmiddag zit maandag alweer in je hoofd. En wanneer iemand vraagt hoe het gaat, zeg je goed hoor, druk. Waarna je allebei begrijpend knikt en het gesprek verder kan. Je vindt het belangrijk dat mensen hun grenzen bewaken en stuurt om 22.47 uur nog snel één mail, met onderaan: geen haast hoor.
Werk kan zich behoorlijk geruisloos uitbreiden. Niet alleen omdat er veel te doen is, maar ook omdat het fijn kan zijn om nodig te zijn, ergens goed in te zijn, verantwoordelijkheid te dragen of degene te zijn op wie anderen kunnen rekenen. Misschien spring je altijd nog even bij, vind je delegeren belangrijk zolang je daarna niet hoeft te controleren of het goed is gegaan, of merk je pas tijdens een vrije dag hoe moeilijk je het vindt om werkelijk niets nuttigs te doen. Dan gaat werkdruk soms over meer dan een volle agenda. Hoeveel ruimte mag werk innemen, en wat gebeurt er met jou wanneer je even niet presteert, oplost of nodig bent?