“Relaties vormen de kern van ons leven. We worden gevormd in relatie. We raken gewond in relatie. En we helen daar ook.”
Relaties vormen de kern van ons leven
Of het nu gaat om je partner, je kind, je werk of de relatie met jezelf: je neemt jezelf overal mee naartoe.
Je kunt op je werk gemakkelijk zeggen wat je vindt en thuis ineens dichtklappen wanneer je partner teleurgesteld in je is. Je kunt je voornemen je kinderen alle ruimte te geven en merken dat je het behoorlijk lastig vindt zodra ze die ruimte daadwerkelijk nemen. Je kunt voor iedereen goed zorgen en ondertussen nauwelijks meer weten waar je zelf behoefte aan hebt.
Dat vind ik interessant aan relaties. Op verschillende plekken in ons leven komen we andere kanten van onszelf tegen. Soms gaat dat vanzelf. Soms belanden we steeds opnieuw op een plek waar we helemaal niet terecht wilden komen.
In mijn praktijk werk ik met deze vier relaties. Je hoeft daarvoor niet op alle gebieden vast te lopen. Vaak is er één die op dit moment meer aandacht vraagt.
De relatie met jezelf
Je neemt jezelf overal mee naartoe
Je kunt op je werk heel goed weten wat er moet gebeuren en op zondagmiddag volledig van slag raken van één opmerking van je moeder. Je kunt jarenlang denken dat je vader gewoon een moeilijke man was en na zijn overlijden ontdekken hoeveel je hem mist, hoeveel je hem nog had willen vragen en hoe kwaad je soms nog steeds op hem bent. Je kunt jezelf onafhankelijk vinden en merken dat de stilte van één vriendin na een onbeantwoord bericht ineens verdacht veel ruimte in je hoofd inneemt.
Je komt jezelf meestal tegen bij andere mensen. Bij degene van wie je graag wilt dat hij je begrijpt, bij je leidinggevende wanneer je je niet gezien voelt, bij je broer die tijdens een familiediner precies die toon aanslaat waar je al sinds 1987 slecht tegen kunt, bij een partner die steeds stiller wordt wanneer jij juist wilt praten. Soms gebeurt het wanneer er ruimte ontstaat. De kinderen redden zich, je krijgt eindelijk die baan die bij je past, je stopt met werken of er valt na jaren van zorgen ineens iets weg. Dan kunnen vragen opduiken die jarenlang nauwelijks aan bod kwamen: wat wil ik eigenlijk, wat heb ik nodig en past het leven dat ik leid nog bij wie ik inmiddels ben?
En soms waardeer je het leven dat je hebt opgebouwd en schuurt er toch iets. Je kijkt naar je partner met wie je al twintig jaar samen bent en vraagt je af wanneer jullie mensen zijn geworden die op zaterdagmiddag samen naar een nieuwe kraan gaan kijken. Je krijgt aandacht van iemand anders en merkt hoe prettig het is om weer even bekeken te worden als man of vrouw. Of je hebt eindelijk een middag helemaal voor jezelf en ontdekt dat vrijheid verrassend veel ingewikkelder wordt zodra niemand vertelt wat je ermee moet doen.
Misschien herken je dit
Je vriendin reageert ineens niet meer op je app. Om twee uur denk je dat ze druk is. Om vijf uur lees je je eigen bericht nog eens terug. Tegen bedtijd heb je drie mogelijke verklaringen bedacht en speel je voor de zekerheid ook jullie laatste etentje nog even af.
Je bent goed in zorgen, regelen en oplossen en hebt daar een behoorlijk leven mee opgebouwd. Dan valt er iets weg waar je jarenlang omheen hebt geleefd en zit je ineens met een avond waarop niemand je nodig heeft. Je ruimt de keuken op, beantwoordt nog wat berichten, schenkt iets in en kijkt wat er op je telefoon gebeurt. Tegen de tijd dat je naar bed gaat heb je van alles gedaan en nog steeds geen idee hoe het eigenlijk met je is.
Je neemt de hele dag beslissingen zonder iemand te vragen of het goed is. Je leidt een team, onderhandelt over geld en zegt rustig tegen een collega dat je het ergens niet mee eens bent. Thuis zie je dat je partner stiller is dan anders en binnen tien minuten heb je gevraagd of er iets is, of het door jou komt en of je iets verkeerd hebt gezegd. Als het antwoord drie keer nee is, geloof je het nog steeds niet helemaal.
Je houdt van degene met wie je leeft en ondertussen is jullie leven behoorlijk voorspelbaar geworden. Dan maakt iemand op je werk een opmerking waardoor je moet lachen, blijft net iets langer naast je staan bij de koffieautomaat en kijkt je aan op een manier waarop thuis al een tijdje niemand kijkt. Er gebeurt verder niets en toch denk je er die avond tijdens het tandenpoetsen nog even aan.
Waarom je doet wat je doet
We hebben allemaal manieren ontwikkeld om met andere mensen en met onszelf om te gaan. Je hebt misschien vroeg geleerd om de sfeer goed te houden, veel zelf op te lossen, hard te werken, je gevoelens voor jezelf te houden, anderen goed aan te voelen of vooral door te gaan wanneer iets pijn doet. Zulke manieren ontstaan ergens in een leven en kunnen jarenlang uitstekend van pas komen. Ze reizen alleen gewoon met je mee.
Zo kan iemand die thuis vroeger vooral weinig gedoe wilde veroorzaken op zijn werk moeite hebben zijn plek in te nemen. Iemand die al jong leerde aanvoelen hoe het met iedereen ging kan later uitstekend voor een gezin zorgen en nauwelijks merken hoe vaak ze zichzelf onderweg overslaat. En iemand die gevoelens vooral zelf leerde oplossen kan oprecht van zijn partner houden en toch dichtgaan zodra die partner huilend tegenover hem zit.
In gesprekken wil ik weten waar zoiets bij jou vandaan komt én hoe het vandaag verschijnt. Soms vertelt iemand uitgebreid dat niemand werkelijk naar haar luistert en merkt ze tijdens het vertellen dat ze zelf nauwelijks een stilte laat vallen. Iemand anders zegt dat hij graag meer wil voelen en geeft op iedere vraag een uitstekend onderbouwd antwoord. Of iemand vertelt dat haar partner zo moeilijk doet over haar afstandelijkheid en heeft intussen al precies bedacht wat die partner zou moeten veranderen. Dat zijn vaak heel menselijke momenten. Soms pijnlijk, soms grappig en regelmatig allebei tegelijk.
Van binnenuit voelt wat we doen meestal heel logisch. We weten waarom we stil werden, doorgingen, gingen zorgen of afstand namen. De ander zat erbij en maakte iets anders mee.
Wat er mogelijk wordt
Wanneer je jezelf daarin eerder gaat herkennen, ontstaat er in gewone situaties steeds wat meer ruimte om anders te reageren. Je kunt horen dat iemand teleurgesteld is zonder meteen te verdedigen, oplossen of verdwijnen. Je kunt zeggen wat je nodig hebt voordat je maanden hebt gewacht tot iemand het uit zichzelf begrijpt. Je kunt een volwassen kind zijn eigen keuzes laten maken en ondertussen serieus nemen wat dat bij jou oproept. Je kunt merken dat je naar aandacht van iemand anders verlangt en nieuwsgierig worden naar wat dat verlangen je vertelt voordat je er een beslissing van maakt.
Ook relaties worden daar vaak levendiger van. Je hoeft de ander minder te overtuigen van jouw versie en kunt weer iets horen wat je nog niet wist. Je kunt dichterbij blijven wanneer een gesprek gevoelig wordt, duidelijker zijn zonder hard te hoeven worden en beter verdragen dat liefde niet betekent dat twee mensen hetzelfde voelen, willen of nodig hebben.
En misschien komt er ook weer wat meer lichtheid. Minder urenlang nabespreken in je eigen hoofd, minder raden wat iemand bedoelde, minder verantwoordelijkheid voor gevoelens die bij een ander horen. Meer ruimte voor nieuwsgierigheid, plezier, verlangen en voor het tamelijk bevrijdende inzicht dat je jezelf na al die jaren nog steeds kunt verrassen.
Wat dit mensen vaak oplevert
Cliënten merken bijvoorbeeld dat ze:
-
eerder herkennen wat hen raakt
-
duidelijker voelen wat ze zelf willen en nodig hebben
-
minder vanzelfsprekend verantwoordelijkheid overnemen
-
vrijer worden in contact met partner, kinderen, familie, vrienden en collega’s
-
gemakkelijker verschil, kritiek en teleurstelling verdragen
-
keuzes maken die beter passen bij wie ze inmiddels zijn
-
meer rust en plezier ervaren in hun relaties en in zichzelf
-
zichzelf serieuzer nemen zonder zichzelf voortdurend zo serieus te hoeven nemen
Loop je steeds op ongeveer dezelfde plek vast, ook al ziet de situatie er iedere keer anders uit?
Dan kunnen we samen kijken naar wat er bij jou gebeurt.
De relatie met je lief
Waar jullie elkaar kwijtraken
Veel stellen die bij mij komen zeggen dat ze een communicatieprobleem hebben. Dat is ergens opmerkelijk, want meestal communiceren ze de hele dag. Over wie de kinderen haalt, wat er met kerst gebeurt, of die offerte al verstuurd is en waarom er alweer geen melk in huis is. Alleen dat ene gesprek dat werkelijk ergens over gaat, loopt binnen tien minuten precies zoals de vorige keer.
De één begint voorzichtig en de ander hoort al kritiek. De één wil het nú uitpraten, de ander heeft ineens dringend behoefte om de vaatwasser uit te ruimen. Je probeert uit te leggen wat je bedoelt en merkt halverwege dat je vooral bezig bent te bewijzen waarom jij gelijk hebt. Of je vraagt wat er is, de ander zegt niks en je maakt de beginnersfout om dat antwoord te geloven.
Sommige stellen leven zo jarenlang behoorlijk goed samen. Ze houden van elkaar, zorgen voor hun gezin, gaan op vakantie, hebben vrienden en kunnen op een verjaardag nog steeds samen verschrikkelijk lachen. Ondertussen vertellen ze elkaar steeds minder wat er werkelijk in hen omgaat. Anderen belanden juist steeds opnieuw in dezelfde ruzie en weten soms al bij de eerste zin hoe die gaat eindigen.
Ergens daaronder zit vaak iets veel eenvoudigers: zie je mij nog, doe ik er voor jou toe, kan ik bij je terecht en durf ik jou nog te laten zien wat mij werkelijk raakt?
Een relatie beweegt mee met je leven
Een relatie die op je dertigste goed bij je past, ziet er op je vijftigste niet meer hetzelfde uit. Jij trouwens ook niet.
Misschien zijn er jonge kinderen gekomen en blijkt romantiek op een dinsdagavond vooral te bestaan uit samen op de bank in slaap vallen voordat de serie is afgelopen. Misschien zijn jullie allebei druk met werk en thuis inmiddels een uitstekend team. Jullie regelen, plannen en lossen op. De kinderen komen meestal op tijd waar ze moeten zijn en de koelkast is doorgaans gevuld. Alleen wanneer hebben jullie voor het laatst samen iets gedaan omdat jullie daar gewoon zin in hadden?
Later kunnen de kinderen je steeds minder nodig hebben en ontstaat er weer ruimte. Dat klinkt heerlijk. Tot je ontdekt dat die ruimte ook vragen meebrengt. Wie ben ik eigenlijk geworden? Wat wil ik nog? En willen wij nog hetzelfde? Soms wordt één van beiden verliefd op een ander en komt die vraag met behoorlijk wat geweld de relatie binnen. Soms gebeurt er helemaal niets spectaculairs en zit je op een avond naast iemand van wie je houdt met de ongemakkelijke gedachte: is dit het nou voor de komende twintig jaar?
En ook daarna verandert een relatie verder. Werk valt op een dag weg, kinderen hebben hun eigen leven, ouders vragen misschien zorg en ineens ben je weer veel meer op elkaar aangewezen. Dan kun je ontdekken hoeveel je samen hebt opgebouwd en ook hoeveel van wat ooit vanzelf ging opnieuw aandacht vraagt.
Dat hoeft niet te betekenen dat er iets fundamenteel mis is met jullie relatie. Het betekent wel dat twee mensen die lang samenleven elkaar onderweg een paar keer opnieuw moeten leren kennen.
Wat gebeurt er eigenlijk tussen jullie?
In relatietherapie wil ik daarom graag weten waar jullie ruzie over maken, en minstens zo interessant vind ik wat er vlak daarvoor gebeurt.
Wat gebeurt er wanneer zij zegt dat ze je mist? Wat hoor jij daarin? Wat doe je wanneer hij stil wordt? Waarom stel je diezelfde vraag voor de vierde keer terwijl je inmiddels weet dat hij daar waarschijnlijk nóg stiller van wordt? En waarom kan iemand die op zijn werk moeiteloos een conflict aangaat thuis volledig van slag raken van één opgetrokken wenkbrauw?
In de gesprekken vertragen we zulke momenten. Soms gebeurt in mijn kamer precies wat jullie thuis beschrijven. De één vult de ander aan, iemand trekt zich terug, er komt een grap op precies het moment dat het spannend wordt of een goedbedoelde uitleg maakt het alleen maar erger. Dat is vaak bruikbaarder dan er achteraf nóg een uur over praten.
Je gaat beter herkennen wat jou raakt, wat je vervolgens doet en wat dat bij de ander oproept. Daardoor ontstaat er ruimte om iets anders te doen terwijl het gebeurt: een vraag stellen, blijven luisteren, eerder zeggen wat je werkelijk voelt of stoppen voordat een gesprek opnieuw de bekende afslag neemt.
Intimiteit, verlangen en vertrouwen
Soms ligt de pijn ergens anders. Seks is vrijwel verdwenen, aanraking voelt beladen of één van jullie mist verlangen en durft dat nauwelijks te zeggen. Misschien is er iemand anders geweest. Misschien was er online contact dat voor de één onschuldig voelde en voor de ander als vreemdgaan. Of je houdt nog veel van elkaar en vraagt je tegelijkertijd af waarom je je al zo lang nauwelijks begeerd voelt.
Dit zijn vaak gesprekken waar stellen thuis gemakkelijk omheen bewegen. Schaamte speelt mee, angst om de ander te kwetsen en soms ook de vrees voor het antwoord op de vraag die je eigenlijk wilt stellen.
Wanneer er ontrouw is geweest, krijgt vertrouwen extra aandacht. Degene die bedrogen is kan behoefte hebben aan antwoorden die voor de ander voelen alsof hetzelfde gesprek voor de twintigste keer wordt gevoerd. Degene die is vreemdgegaan wil soms het liefst vooruit terwijl de ander nog probeert te begrijpen wat er achter hem of haar is gebeurd. Herstel vraagt tijd, eerlijkheid en de bereidheid om te verdragen dat jullie niet op hetzelfde moment klaar zijn met wat er is gebeurd.
Ook verlangen verandert gedurende een relatie. Door kinderen, stress, ziekte, hormonen, ouder worden, onzekerheid, teleurstelling en gewoon doordat je na twintig jaar iets meer van elkaar weet dan tijdens die eerste zomer. Daarover kunnen praten zonder onmiddellijk te hoeven vaststellen wie er ‘het probleem’ heeft, kan al veel veranderen.
Wat dit jullie kan opleveren
Stellen merken gedurende een traject vaak dat:
- gesprekken rustiger worden en minder snel ontsporen
- ze eerder herkennen wat er tussen hen gebeurt
- ze beter kunnen zeggen wat ze werkelijk nodig hebben
- verschil minder snel als afwijzing voelt
- vertrouwen en openheid kunnen terugkomen
- aanraking, intimiteit en verlangen weer bespreekbaar worden
- er meer ruimte komt voor humor, zachtheid en plezier
- ze zich weer geliefden kunnen voelen naast alles wat ze samen moeten regelen
Veel stellen ervaren dat ze elkaar opnieuw leren verstaan, ook wanneer verschillen blijven bestaan.
We werken gericht aan wat er tussen jullie vastloopt. Een traject bestaat meestal uit ongeveer 8 tot 10 sessies. Soms zijn enkele gesprekken voldoende om weer beweging te voelen, soms vraagt een relatie meer tijd en aandacht. De meeste trajecten blijven binnen ongeveer 15 sessies.
Willen jullie onderzoeken wat er tussen jullie gebeurt en of jullie elkaar weer kunnen vinden?
Dan kunnen we beginnen met een eerste gesprek.
De relatie met je werk
Waar werk persoonlijk wordt
Werk gaat over veel meer dan de inhoud van wat je doet. We brengen er een groot deel van onze tijd door, willen ergens bij horen, serieus genomen worden, invloed hebben, iets betekenen en liefst af en toe horen dat we het behoorlijk goed doen. We werken samen met mensen die we zelf nooit zouden hebben uitgekozen en moeten ons vervolgens professioneel gedragen wanneer precies die collega voor de derde keer begint over dat punt waarvan jij dacht dat het vorige week eindelijk was afgehandeld.
Veel mensen die bij mij komen functioneren goed. Ze zijn betrokken, verantwoordelijk, gewend om problemen op te lossen en hebben onderweg geleerd hoe je je beweegt in een organisatie. Juist daarom kan het behoorlijk verwarrend zijn wanneer één samenwerking je ineens uit evenwicht brengt. Je begrijpt rationeel best dat je leidinggevende ook onder druk staat en merkt dat je zijn ene opmerking drie dagen later nog woordelijk kunt reproduceren.
Soms verandert er iets in je werk en komt er onverwacht veel in beweging. Je krijgt eindelijk die leidinggevende positie waar je jaren naartoe hebt gewerkt en ontdekt hoe anders het voelt wanneer iedereen naar jou kijkt zodra het ingewikkeld wordt. Een nieuwe baas komt binnen, een reorganisatie schuift jouw plek op, een collega wordt bevorderd, een compagnon neemt besluiten zonder jou of je merkt dat je tijdens vergaderingen steeds minder zegt terwijl je vroeger vanzelfsprekend je mond opendeed.
Werk heeft een wonderlijk vermogen om heel volwassen mensen op verrassend oude plekken te brengen.
Misschien herken je dit
In de vergadering wordt een idee waar jij weken aan hebt gewerkt ineens gepresenteerd als iets waar ‘we samen op zijn gekomen’. Je knikt, maakt nog een inhoudelijke aanvulling en vindt jezelf op dat moment bewonderenswaardig professioneel. Die avond vertel je thuis gedurende achttien minuten hoe ongelooflijk weinig het je eigenlijk kan schelen wie de credits krijgt.
Je leidinggevende zegt dat hij even met je wil praten. Er blijkt nauwelijks iets aan de hand. Je hebt in de drie uur daarvoor wel alvast je laatste beoordelingsgesprek teruggelezen, vier mogelijke aanleidingen bedacht en terloops bij een collega geïnformeerd of er soms iets speelt.
Je hebt een collega van wie je inmiddels precies weet wat er misgaat. Hij komt weer onvoorbereid naar het overleg en jij zucht, stelt drie vragen en neemt het uiteindelijk zelf over. Anders gebeurt het gewoon niet. Een paar weken later vertel je thuis dat je gek wordt van mensen die nooit verantwoordelijkheid nemen.
Je hoort dat een paar collega’s na het werk iets zijn gaan drinken. Je had die avond toch niet gekund en vindt dat collega’s vooral lekker moeten doen waar ze zin in hebben. Tijdens het tandenpoetsen vraag je je af wie het eigenlijk heeft bedacht en waarom niemand jou even heeft gevraagd.
Waarom raakt werk soms zo diep?
We komen ons werk binnen als volwassenen met ervaring, kennis en ideeën over hoe je je professioneel hoort te gedragen. We nemen ook alles mee wat we daarvoor al hebben geleerd over erbij horen, onze plek innemen, aandacht krijgen, rekening houden met anderen, presteren, vertrouwen en omgaan met verschil. Dat begon lang voor onze eerste werkdag. Thuis, op school, tussen broers en zussen, bij vrienden en in alles wat we onderweg meemaken ontstaat onze eigen manier van bewegen tussen andere mensen.
Op het werk kan die geschiedenis zich op onverwachte momenten melden. Iemand krijgt de functie waarop jij had gehoopt, een leidinggevende vraagt voor de derde keer of je iets wel goed hebt begrepen, een collega neemt veel ruimte in en jij merkt dat je steeds stiller wordt. Of iemand zegt tijdens een vergadering iets ogenschijnlijk kleins en jij staat die avond onder de douche ineens een briljant antwoord te formuleren dat ongeveer zeven uur te laat komt.
Een organisatie is ook een menselijk systeem. Er zijn posities en ongeschreven regels, mensen bij wie je vrijuit praat en mensen bij wie je een mail drie keer terugleest voordat je op verzenden drukt. Er zijn bondjes, loyaliteiten, oud zeer, nieuwe leiders en vergaderingen waarin iedereen wordt uitgenodigd vooral open te zijn terwijl drie mensen heel goed weten welk onderwerp vandaag beter even kan wachten.
We verschillen ook in wat we van werk verwachten. De één vindt dat een moeilijke periode erbij hoort en zet nog even de schouders eronder. Een ander wil eerder bespreken wat iets met hem doet. De één ervaart een directe leidinggevende als prettig duidelijk, een ander loopt na hetzelfde gesprek met buikpijn naar buiten. Leeftijd, generatie, eerdere werkervaringen en de cultuur waarin je bent opgegroeid reizen mee naar kantoor. Daardoor kunnen twee mensen naar dezelfde situatie kijken en zich allebei afvragen hoe de ander het zó anders kan zien.
Wat er tussen mensen gebeurt
Wanneer werk je raakt, wil ik graag precies weten wat er gebeurt. Wat zegt de ander, wat hoor jij daarin en wat doe je vervolgens? Soms neem je iets van je eigen geschiedenis mee de vergaderkamer in. Soms word je werkelijk gepasseerd, klein gehouden of ondermijnd. Soms verwacht je van je werkomgeving iets wat een collega of leidinggevende heel anders ziet. Regelmatig brengen twee mensen ieder iets mee waardoor een samenwerking steeds stroever gaat lopen.
Iemand vertelt dat zijn medewerkers veel te afhankelijk van hem zijn en blijkt iedere beslissing uiteindelijk zelf te nemen. Een leidinggevende wil dat mensen haar tegenspreken en heeft op ieder tegenargument onmiddellijk een uitstekend antwoord. Iemand anders zegt dat erkenning hem weinig interesseert en kan precies vertellen welke collega tijdens de laatste vergadering wél een compliment kreeg.
Daar wordt zichtbaar hoeveel we op ons werk proberen te regelen via de ander: erkenning, rust, controle, waardering, vrijheid, zekerheid of het gevoel dat we ertoe doen. En hoe lastig het kan zijn wanneer die ander daar geheel eigen plannen mee blijkt te hebben.
Soms zit je ondertussen werkelijk op een plek die je geen goed doet. Een werkomgeving kan je kleiner maken, voortdurend op je hoede houden of langzaam laten twijfelen aan iets waarover je vroeger vrij zeker was. Ook dan helpt het om helder te krijgen wat er gebeurt, wat van jou is, wat bij de ander hoort en hoeveel ruimte jij werkelijk hebt om daarin te bewegen.
Wat er mogelijk wordt
Wanneer je eerder merkt wat er in jou gebeurt, krijg je meer keuze in hoe je reageert. Je kunt kritiek horen en eerst onderzoeken wat er precies wordt gezegd. Je kunt een medewerker laten worstelen met een probleem dat hij zelf kan oplossen en verdragen dat zijn oplossing anders wordt dan de jouwe. Je kunt merken dat je erkenning mist en daar iets mee doen voordat je nog harder gaat werken in de hoop dat iemand het vanzelf ziet.
Misschien wordt ook duidelijker welke verantwoordelijkheid werkelijk van jou is. Je hoeft een collega niet op te voeden, een leidinggevende niet voortdurend gerust te stellen en een heel team niet persoonlijk gelukkig te houden. Tegelijkertijd ben je zelf aanwezig in iedere samenwerking waar je deel van uitmaakt. Hoe je spreekt, zwijgt, overneemt, vermijdt, controleert, toegeeft of ruimte inneemt heeft invloed op wat er tussen mensen kan gebeuren.
Werk kan daardoor een verrassend goede plek zijn om jezelf te leren kennen. Wie je wordt wanneer iemand jouw idee afwijst, wanneer jij degene bent die moet beslissen, wanneer je afhankelijk bent van een ander, wanneer succes uitblijft of wanneer je eindelijk krijgt waar je jarenlang zo hard voor hebt gewerkt, vertelt vaak minstens zoveel over je als je cv.
Wat dit vaak oplevert
Cliënten merken bijvoorbeeld dat ze:
- eerder herkennen waarom bepaalde situaties hen zo raken
- rustiger blijven wanneer spanning oploopt
- duidelijker zeggen wat ze vinden en nodig hebben
- verantwoordelijkheid gemakkelijker laten waar die hoort
- minder blijven malen over gesprekken en kritiek
- vrijer omgaan met verschil, gezag en verwachtingen
- steviger leidinggeven en gemakkelijker samenwerken
- meer plezier en ruimte ervaren in hun werk
Kost een samenwerking je opvallend veel energie, loop je steeds op dezelfde plek vast of merk je dat werk je persoonlijker raakt dan je lief is?
Dan kunnen we samen onderzoeken wat er tussen jou en de ander gebeurt en wat jij daarin kunt bewegen.
De relatie met je kind
Waar jouw geschiedenis zichtbaar wordt
De relatie met je kind is misschien wel de enige relatie waarin het vanaf het begin de bedoeling is dat degene van wie je zoveel houdt je steeds minder nodig heeft. Eerst draag je je kind letterlijk, jaren later hoop je soms vooral dat hij uit zichzelf nog even belt. Daartussen ligt een leven lang oefenen in vasthouden, ruimte geven en opnieuw ontdekken hoe je bij elkaar blijft.
Soms begint die relatie al vóór er een kind is, met verlangen, wachten, een zwangerschap die uitblijft of eindigt en de pijnlijke vraag waarom iets wat bij anderen zo vanzelfsprekend lijkt bij jou niet gebeurt. En als dat kind er eenmaal is, kan iemand van vier kilo binnen een paar weken verrassend veel aan het licht brengen over twee volwassen mensen die dachten dat ze elkaar behoorlijk goed kenden. Wie wordt wakker, wie weet waarom de baby huilt, wie kan er nog werken, wie heeft er recht op een avond weg en heet een middag alleen thuis met je eigen baby eigenlijk ‘oppassen’?
Daarna verandert het decor voortdurend. Je peuter wil zelf zijn jas aantrekken wanneer je haast hebt, je zoon van tien vertelt ineens minder, je puber vindt je bij vlagen behoorlijk gênant en een volwassen kind kan tijdens het eten iets over vroeger vertellen waarvan jij je afvraagt of jullie werkelijk in hetzelfde huis hebben gewoond. Iedere leeftijd vraagt iets nieuws van je kind en ook van jou.
Misschien herken je dit
Je kinderen weten dat ze je altijd kunnen bellen. Dus belt je zoon terwijl jij aan het hardlopen bent om te vragen hoe laat hij morgen eigenlijk moet beginnen. Je weet het ook nog. Je dochter appt waar haar paspoort ligt en iemand anders wil weten of jij hem vanavond kunt ophalen. Je loopt verder met je telefoon in je hand en vraagt je heel even af hoe het gezin zou functioneren als jij een week geen bereik had.
Je bent na je scheiding nog harder gaan zorgen. Je dochters zijn achttien en eenentwintig en kunnen uitstekend zelf ergens komen. Toch zit jij weer in de auto. Hun vader is druk met zijn nieuwe leven en jij wilt vooral dat zij zo weinig mogelijk hoeven te dragen van wat er tussen jullie is gebeurd. Voor je het weet weet jij weer wie wanneer waar moet zijn, terwijl het eigenlijk niet eens jouw afspraak is.
Thuis gaat het slecht tussen jou en je partner en je zoon trekt zich steeds verder terug. Je weet dat je iets met hem zou willen bespreken en hebt geen idee hoe je zo’n gesprek begint. Dus vraag je hoe het op school was, of zijn fiets het alweer doet en of hij zondag mee-eet. Hij zegt ja, nee en weet ik nog niet. Jullie houden samen het gesprek gaande over alles wat op dat moment gemakkelijker te bespreken is.
Je dochter heeft inmiddels zelf kinderen en ineens ben jij behalve vader ook opa. Ze doet sommige dingen anders dan jij ze vroeger deed en laat soms vrij duidelijk merken hoe ze over jouw manier denkt. Tijdens het eten zegt ze iets over vroeger waar jij een totaal andere herinnering aan hebt. Voor je het weet leg je uit waarom het destijds allemaal heel anders lag, terwijl zij je eigenlijk probeert te vertellen hoe het voor haar was.
Waarom raakt dit me zó?
Een kind kan iets aanraken waar je op andere plekken in je leven behoorlijk goed omheen kunt leven. Zijn afhankelijkheid kan benauwen, zijn verdriet kan je machteloos maken, zijn boosheid kan voelen als afwijzing en zijn afstand kan een onrust oproepen die veel groter voelt dan dat ene onbeantwoorde appje. Je kunt diep geraakt worden door een zoon die wegkijkt, een dochter die je niet belt of een volwassen kind dat vertelt hoe hij zijn jeugd heeft beleefd.
Wat jou zo raakt heeft vaak een langere geschiedenis. Misschien leerde je vroeg om rekening te houden met de stemming thuis, kreeg je waardering wanneer je sterk of succesvol was, werd er weinig gevraagd naar wat je voelde of groeide je op in een gezin waarin iedereen zich intensief met elkaar bemoeide. Wat je daar jarenlang hebt gedaan om je staande te houden, reist gemakkelijk met je mee wanneer je zelf vader of moeder wordt.
In gesprekken wil ik weten waar jouw reactie vandaan komt en hoe die vandaag tussen jou en je kind terechtkomt. Soms zitten een volwassen dochter en haar vader tegenover mij en kennen ze dezelfde gebeurtenis uit haar jeugd allebei tot in detail, terwijl ze elkaars verhaal nauwelijks herkennen. Soms komt een volwassen zoon met een ouder omdat ieder telefoongesprek eindigt in advies waar hij niet om vroeg. Soms komt een ouder alleen omdat het contact met een kind vrijwel verdwenen is en de vraag hoe krijg ik hem weer terug? uiteindelijk ook de vraag oproept: wat gebeurt er met mij zodra hij afstand neemt?
Daarbij kijk ik graag met mildheid naar wat ooit is ontstaan. We hebben allemaal manieren gevonden om met liefde, spanning, teleurstelling en verlies om te gaan. Een kind weet die plekken soms met verbazingwekkende precisie te vinden.
Wat er mogelijk wordt
Wanneer je beter leert herkennen wat er in jou gebeurt, ontstaat er meer ruimte in het contact met je kind. Je kunt bezorgd zijn en eerst luisteren. Je kunt voelen hoe graag je wilt helpen en je handen een keer thuishouden. Je kunt merken dat je bang bent je kind kwijt te raken en hem toch meer ruimte geven. Je kunt na een uitbarsting teruggaan, verantwoordelijkheid nemen voor wat je hebt gezegd en opnieuw beginnen. Je kunt een volwassen dochter horen vertellen wat zij vroeger heeft gemist en voelen hoe in je hoofd onmiddellijk alle redenen opkomen waarom het destijds anders lag.
Soms komt verbinding terug in heel kleine dingen. Een vader die eindelijk een vraag stelt en wacht op het antwoord. Een moeder die haar telefoon laat liggen terwijl haar zoon vertelt. Een dochter die kan zeggen waar ze nog steeds verdrietig over is en merkt dat haar vader deze keer blijft luisteren. Ook daar leer je jezelf opnieuw kennen: als ouder van het kind dat ooit volledig van je afhankelijk was en steeds meer een eigen mens tegenover je is geworden.
En misschien zit daar een van de moeilijkste én mooiste kanten van ouderschap: je blijft iemands vader of moeder terwijl de manier waarop je nodig bent een leven lang verandert.
Wat dit vaak oplevert
Ouders en volwassen kinderen merken bijvoorbeeld dat ze:
- beter begrijpen waarom sommige momenten hen zo diep raken
- eerder herkennen wat er in henzelf gebeurt
- rustiger blijven wanneer emoties oplopen
- gemakkelijker luisteren zonder meteen op te lossen of te verdedigen
- duidelijker kunnen zeggen wat ze voelen en nodig hebben
- meer ruimte kunnen geven zonder uit contact te verdwijnen
- oude pijn beter kunnen bespreken
- meer warmte, vrijheid en plezier ervaren in het contact
Doet het contact met je kind pijn, lopen jullie steeds op dezelfde plek vast of zijn jullie elkaar onderweg kwijtgeraakt?
Dan kunnen we samen onderzoeken wat er tussen jullie gebeurt en wat daarin weer in beweging kan komen.