Ze verloor haar geduld vooral bij haar dochter
Over moederschap, irritatie en wat een kind soms in je wakker maakt
Op haar werk gaf ze leiding binnen een grote organisatie. Ze nam besluiten, hield overzicht en bleef meestal helder wanneer anderen om haar heen onrustig werden. Thuis kon één blik van haar puberdochter genoeg zijn om al die vaardigheden tijdelijk onvindbaar te maken.
Soms ging het werkelijk nergens over. Een jas die nog ergens lag, iets rond school, een vraag waarop haar dochter antwoordde met een toon die waarschijnlijk alleen pubers volledig beheersen. Ze voelde de irritatie dan razendsnel opkomen en hoorde zichzelf harder reageren dan ze van plan was geweest. Haar dochter reageerde, zij werd nog scherper en een paar minuten later stond er een deur dicht.
Daarna kwam de schrik. Ze herkende zichzelf nauwelijks in die felheid en begreep vooral niet waarom juist haar dochter zoveel bij haar losmaakte. Op haar werk kon iemand haar stevig tegenspreken zonder dat ze daar de rest van de middag van ondersteboven was. Haar dochter hoefde soms alleen maar met haar ogen te rollen.
Thuis was veel gaande. Haar partner was voor zijn werk regelmatig weg, de agenda’s van het gezin zaten vol en zij droeg veel van wat er dagelijks moest gebeuren. Haar dochter werd ouder en bewoog steeds meer haar eigen leven in. Deur dicht, oortjes in, korte antwoorden, vriendinnen die belangrijker werden en informatie die haar moeder soms pas kreeg wanneer een besluit allang genomen was. Ze wist heel goed dat losmaken bij deze leeftijd hoorde. Haar gevoel bleek niet altijd even geïnteresseerd in wat zij verstandelijk allemaal wist.
Hoe meer haar dochter zich terugtrok, hoe meer zij probeerde contact te krijgen. Ze stelde nog een vraag, kwam later nog even terug op een gesprek of wilde weten wat er precies aan de hand was. Haar dochter voelde vooral dat haar moeder iets van haar wilde en trok zich verder terug. Zij zag die afstand en voelde de irritatie alweer opkomen.
Tijdens een gesprek zei ze:
‘Bij haar voel ik me voortdurend afgewezen.’
Ik vroeg haar bij dat woord te blijven. Afgewezen. Wat gebeurde er precies wanneer haar dochter zich omdraaide, kort antwoord gaf of naar haar kamer verdween? Ze begon eerst uit te leggen dat ze heus wel begreep dat pubers afstand nemen. Toen we teruggingen naar zo’n moment thuis, kwam er iets anders. Ze voelde hoe snel ze gespannen raakte zodra haar dochter zich aan haar onttrok en hoeveel moeite ze had om haar dan gewoon te laten gaan.
In gesprekken over haar eigen jeugd vertelde ze gemakkelijk de feiten. Ze had jong geleerd sterk te zijn, verantwoordelijkheid te nemen en weinig gedoe te maken van wat haar overkwam. Sommige gebeurtenissen klonken behoorlijk ingrijpend en zij kon ze vertellen alsof ze de route naar haar werk beschreef. Wanneer ik ergens wat langer bij bleef, volgde geregeld een relativering. Haar vader was dol op haar. Het was nu eenmaal zo gegaan. Andere mensen hadden ook dingen meegemaakt. Ze had er uiteindelijk toch iets van gemaakt.
Diezelfde vrouw zat thuis tegenover een dochter die zich helemaal niet groot hield voor haar moeder. Die met haar ogen rolde, een deur dichtdeed, geen zin had om te praten en zonder veel terughoudendheid liet merken wanneer ze ergens genoeg van had. Juist bij haar dochter kwam ze gevoelens tegen waarvoor ze zelf lang weinig ruimte had gemaakt.
We gingen daarom steeds vaker terug naar de seconden vóór haar boosheid. Wat gebeurde er wanneer haar dochter die blik gaf? Waar voelde ze dat? Wat wilde ze op dat moment het liefst doen? Ze begon te merken dat haar kaken zich aanspanden, haar adem hoger kwam te zitten en er vaak al van alles gaande was voordat ze haar stem verhief. Soms vroeg ik haar een recente ruzie opnieuw te vertellen en stopte ik haar vlak vóór het moment waarop ze fel werd. Daar bleek regelmatig meer te zitten dan alleen irritatie: vermoeidheid, gekwetstheid, de behoefte om ertoe te doen voor haar dochter en de angst haar steeds een beetje verder kwijt te raken.
Thuis begon ze die momenten soms eerder te herkennen. Dat betekende geregeld dat ze een vraag níét nog een keer stelde, haar dochter naar boven liet gaan of zelf even uit de keuken liep voordat ze antwoord gaf. Het lukte lang niet altijd. Pubers hebben bovendien een indrukwekkend vermogen om precies op een kwetsbare plek te drukken op een dag waarop je jezelf had voorgenomen een heel rustige moeder te zijn.
Er kwam wel meer lucht tussen hen. Na een botsing konden ze eerder terugkomen bij elkaar en zij hoefde minder lang rond te lopen met schaamte over haar eigen reactie. Haar dochter vertelde soms weer iets uit zichzelf, meestal precies op een moment waarop haar moeder er geen gesprek van probeerde te maken. Dat vroeg van haar een vorm van wachten die ze op haar werk zelden nodig had.
Op een dag vertelde ze dat haar dochter uit school thuiskwam, haar tas neergooide en naar boven liep. Ze voelde de bekende neiging om te vragen wat er was.
Ze liet haar gaan.
Een tijdje later kwam haar dochter zelf weer naar beneden.
“Ik dacht lang dat vooral mijn vader moest veranderen.”
Ik zie nu hoeveel pijn, loyaliteit en verlangen daaronder schuilgingen.
Eva (36), medisch specialist


















