Ooit konden ze op elkaar bouwen
Over samenwerken, vertrouwen en wat er gebeurt wanneer oude gewoontes zich ook op het werk melden
Ze leidden samen een bedrijf en hadden jarenlang aan een blik genoeg. Zij was snel, uitgesproken en goed in knopen doorhakken. Hij dacht langer na, woog zijn woorden en zag vaak iets wat zij in haar vaart over het hoofd zag. Ze waren verschillend genoeg om elkaar aan te vullen en hadden samen veel opgebouwd. De laatste tijd werkte dat minder vanzelfsprekend. Een opmerking bleef langer hangen, een besluit werd achteraf opnieuw besproken en zij merkte steeds vaker dat ze zich afvroeg of hij haar wel alles vertelde. Hij had op zijn beurt het gevoel dat een gesprek soms al beslist was voordat hij goed en wel wist wat hij zelf wilde zeggen.
Dat gebeurde ook in mijn kamer. Ik stelde hem een vraag en zag haar al reageren terwijl hij nog nadacht. Ze hielp hem op weg, vulde iets aan en vertelde uiteindelijk hoe hij er volgens haar in stond. Hij liet haar uitpraten. Toen ik hem vroeg of dit inderdaad was wat hij had willen zeggen, glimlachte hij wat ongemakkelijk en schudde zijn hoofd.
‘Waarom zeg je dat dan niet?’ vroeg zij.
Hij keek naar zijn handen en zei na een tijdje: ‘Ik wacht meestal gewoon tot het voorbij is.’
Ik vroeg hem wat hij dan precies deed. Stil worden, bleek. Soms instemmen. Het gesprek laten eindigen en er later zelf nog eens over nadenken. Zij keek hem aan alsof hij zojuist een bijzonder onpraktisch systeem had beschreven. Voor haar was zijn stilte juist een reden om dóór te vragen. Ze voelde dat hij iets achterhield en wilde weten wat. Hoe minder hij zei, hoe harder zij ging zoeken.
Ze herkenden allebei iets van zichzelf in wat daar gebeurde. Zij was opgegroeid met een sterke vader, veel sturing en duidelijke verwachtingen en had zich daar altijd goed in bewogen. Ruimte innemen, zeggen wat je vindt en ergens op afgaan waren voor haar vanzelfsprekend geworden. Hij had thuis eerder geleerd hoe handig het kon zijn om weinig aanleiding te geven tot commentaar. Netjes zijn, het goed doen, jezelf een beetje op de achtergrond houden en gevoelens voor je houden. Niet zeuren. Op kantoor droegen ze inmiddels allebei een volwassen functie en verantwoordelijkheid, terwijl zulke oude gewoontes zich kennelijk weinig aantrekken van functietitels.
We gingen in de gesprekken steeds terug naar de momenten waarop het tussen hen misliep. Wat zei je precies? Wanneer besloot jij niets meer te zeggen? Wat zag jij gebeuren waardoor je nóg een vraag stelde? Soms vroeg ik haar te wachten wanneer ze zijn antwoord alweer leek te kennen. Bij hem bleef ik wat langer wanneer hij iets zo zorgvuldig formuleerde dat er nauwelijks nog te horen was wat hij er zelf van vond. Een zin opnieuw zeggen hielp soms meer dan er twintig minuten over praten.
Dat leverde gaandeweg andere gesprekken op. Hij begon eerder te zeggen wanneer hij het ergens niet mee eens was en ontdekte dat een verschil van mening minder gevaarlijk werd wanneer hij het uitsprak voordat hij zich had teruggetrokken. Zij hoefde minder te raden en kon langer luisteren zonder het gesprek alvast de goede kant op te helpen. Er kwam ook meer lucht. Ze konden soms tijdens een sessie herkennen wat er gebeurde terwijl ze er middenin zaten en er samen om lachen. Daar was zij weer met haar oplossing voordat hij zijn zin had afgemaakt. Daar was hij weer met een antwoord waar juridisch waarschijnlijk geen speld tussen te krijgen was en waar zij nog steeds niets wijzer van werd.
Op hun werk merkten ze het aan kleinere dingen. Een irritatie hoefde geen dagen mee. Hij kwam eerder terug op iets wat hem dwarszat. Zij stelde een vraag en gaf hem tijd om er zelf op te antwoorden. Het vertrouwen groeide mee met de ervaring dat eerlijk zeggen wat je vond niet onmiddellijk tot gedoe hoefde te leiden. Hun verschillen bleven bestaan en kregen weer iets van hun oude bruikbaarheid. Haar vaart hielp hen vooruit, zijn bedachtzaamheid voorkwam dat ze onderweg te veel oversloegen.
Tijdens een van de laatste gesprekken stelde ik hem een vraag. Hij dacht na. Naast hem zag ik haar ademhalen alsof er al een antwoord klaarstond.
Ze keek naar hem en wachtte.
Hij keek even opzij, zag haar wachten en moest lachen.
‘Je wordt er nog goed in,’ zei hij.
“We vertrouwden elkaar blind… totdat de samenwerking begon te schuren.”
We hebben geleerd om spanningen eerder bespreekbaar te maken.
Tim & Frederik, Den Haag


















