Wanneer het leven klopt, maar je elkaar onderweg bent kwijtgeraakt
Over een lange relatie, verlangen, afstand en wat er nodig is om elkaar opnieuw te bereiken
Toen zij bij mij kwamen, konden ze allebei vrij overtuigend uitleggen dat er in hun leven veel goed ging. Ze hadden kinderen van wie ze hielden, werk, vrienden, een huis en een gezamenlijk leven dat in de loop van de jaren behoorlijk stevig was komen te staan. Ook tussen hen was het rustiger geworden. De grote ruzies die ze vroeger konden hebben kwamen nauwelijks meer voor, ieder had wat meer zijn eigen leven en thuis werden de dingen geregeld die geregeld moesten worden. Hij had die rust lange tijd ervaren als een teken dat het beter ging tussen hen. Zij had in ongeveer dezelfde jaren gemerkt dat ze steeds minder van hem verwachtte.
Dat verschil kwam al vroeg in de gesprekken voorbij toen hij vertelde dat ze vroeger veel meer gedoe hadden gehad en dat hij eigenlijk dacht dat ze een goede fase hadden bereikt. Zij keek naar hem terwijl hij sprak en zei: ‘Jij noemt dat rust.’ Toen ik haar vroeg welk woord zij ervoor zou gebruiken, vertelde ze over avonden waarop ze samen thuis waren en nauwelijks iets deelden dat verder ging dan de kinderen, de volgende dag of iets wat nog betaald moest worden. Hij zat met zijn laptop, zij met haar telefoon, soms keken ze samen iets en daarna gingen ze naar bed. Ze kon geen avond aanwijzen waarop ze had besloten zich terug te trekken. Ze wist wel dat ze hem vroeger veel vaker vroeg om samen iets te doen en dat ze daar op een gegeven moment mee was opgehouden.
‘Jij noemt dat rust.’
In die periode leerde ze iemand kennen met wie ze aanvankelijk gewoon prettig contact had. Ze kwamen elkaar regelmatig tegen, raakten gemakkelijk aan de praat en ze merkte dat ze begon uit te kijken naar die gesprekken. Hij vroeg door op iets wat ze vertelde, herinnerde zich een week later wat haar had beziggehouden en keek naar haar op een manier waardoor ze zich weer levendiger, aantrekkelijker en nieuwsgieriger naar zichzelf voelde. Dat maakte haar onrustig. Ze was niet op zoek geweest naar een ander leven en had thuis ook geen tas klaarstaan. Ze kwam iets in zichzelf tegen waarvan ze zich begon af te vragen wanneer ze het onderweg was kwijtgeraakt.
Voor haar man kwam die andere man veel nadrukkelijker binnen. Waar zij probeerde te vertellen wat het contact met haar deed, hoorde hij vooral dat zijn vrouw iets bij iemand anders vond wat ze kennelijk bij hem miste. Hij wilde weten wat er precies was gebeurd, hoe vaak ze elkaar zagen, wat zij voelde en hoe ver het was gegaan. De ruimte die hij jarenlang prettig had gevonden, voelde ineens heel anders nu hij merkte dat zij die ruimte ook werkelijk zonder hem was gaan vullen.
In de gesprekken kwamen we geregeld terug bij heel concrete momenten, omdat ze allebei gemakkelijk terechtkwamen in hun eigen versie van de afgelopen jaren. Zij kon een avond beschrijven waarop hij volgens haar weer volledig met zijn werk bezig was geweest, waarna hij uitlegde waarom die week uitzonderlijk druk was geweest en zij al aan zijn eerste zinnen hoorde dat hij opnieuw niet begreep wat ze bedoelde. Ik vroeg hem dan soms zijn uitleg even te laten liggen en haar te vertellen wat hij zojuist had gehoord. Zij vertelde over alleen zijn en hij had werkdruk gehoord. Wanneer hij vervolgens vertelde hoe hij haar boosheid en teleurstelling in die jaren had ervaren, gebeurde bij haar iets vergelijkbaars. Zij hoorde hoe hij zich terugtrok en voelde daarin hoe alleen ze zich had gevoeld, terwijl hij probeerde te vertellen hoe snel hij zich tekort voelde schieten zodra zij ontevreden naar hem keek.
Daar lag ook werk voor haar. Ze verlangde sterk naar aandacht en contact en had in de loop van de jaren steeds minder rechtstreeks laten zien hoeveel ze hem daarin nodig had. Ze kon zeggen dat het haar niets meer uitmaakte of hij meeging en zich diezelfde avond gekwetst voelen wanneer hij inderdaad thuisbleef. Ze had zichzelf steeds beter geleerd haar eigen leven te leiden en verweet hem vervolgens dat hij nauwelijks meer wist wat daarin gebeurde. Wanneer ik haar vroeg terug te gaan naar het moment vlak vóór ze scherp werd of zich afwendde, vertelde ze soms dat ze had gehoopt dat hij uit zichzelf zou vragen hoe haar dag was geweest, zijn laptop dicht zou doen of zou merken dat ze hem miste. Tegen de tijd dat hij begreep hoeveel dat voor haar betekende, had zij vaak al besloten dat ze het liever zelf deed.
Ook hij moest terugkijken naar wat hij al die jaren had gedaan zodra het tussen hen ongemakkelijk werd. Hij werkte hard, nam verantwoordelijkheid en dacht thuis vaak dat hij zijn gezin hielp door problemen op te lossen en de boel draaiende te houden. In de kamer kon hij heel precies vertellen waarom iets was gelopen zoals het liep en merkte hij soms pas tijdens het vertellen dat zijn vrouw naast hem stiller werd. Wanneer ik hem vroeg wat hij op zo’n moment bij haar zag, keek hij opnieuw en zag hij ineens meer dan tijdens zijn uitleg. Soms wist hij vervolgens uitstekend wat zij waarschijnlijk voelde en kostte het hem veel meer tijd om woorden te vinden voor wat er op datzelfde moment bij hemzelf gebeurde.
Het werd een intensief traject waarin die andere man regelmatig aanwezig was, ook op dagen waarop zijn naam nauwelijks viel. Zij onderzocht wat ze zocht in dat contact en wat ze zelf al jaren buiten hun relatie was gaan organiseren. Hij moest verdragen dat zijn vrouw iets bij een ander had ervaren wat hem diep raakte en terugkijken naar de jaren waarin hij zich veilig had gevoeld in een rust die voor haar steeds meer als afstand was gaan voelen. Ze kwamen allebei momenten tegen waarop hun blik vanzelf naar het aandeel van de ander ging. Dan gingen we terug naar die paar seconden daarvoor: wat zei je, wat hoopte je dat de ander zou begrijpen, wat zag je gebeuren toen je dat zei en wat deed jij vervolgens? Ze konden allebei heel precies aanwijzen waar de ander afhaakte en hadden aanzienlijk meer tijd nodig om te zien wat ze zelf vlak daarvoor hadden gedaan.
Thuis begonnen kleine dingen te verschuiven. Hij legde zijn telefoon weg wanneer zij iets begon te vertellen en vroeg vaker door voordat hij met een oplossing kwam. Zij wachtte minder lang tot hij zelf moest raden wat ze nodig had en zei vaker wat ze werkelijk wilde, ook wanneer dat kwetsbaar voelde. Ze maakten weer tijd voor elkaar en ontdekten dat samen uit eten gaan weinig verandert wanneer je daar vervolgens anderhalf uur over de kinderen en de planning van volgende week praat. Op andere avonden kwamen ze ineens ergens terecht waar ze elkaar lang niet hadden ontmoet, soms serieus en soms met de vrij pijnlijke humor van twee mensen die begonnen te zien hoeveel moeite ze jarenlang hadden gedaan om van de ander te krijgen waar ze zelf nauwelijks rechtstreeks om durfden te vragen.
De andere man bleef onderdeel van wat er tussen hen was gebeurd. Voor haar bleef de vraag wat zijn aandacht in haar had wakker gemaakt en welke keuzes zij daarin zelf wilde maken. Voor hem kostte het tijd om weer vertrouwen te ervaren en om de afgelopen jaren, die hij zo lang als rustig had beschouwd, met andere ogen te bekijken. Ook daarin raakten ze elkaar soms opnieuw kwijt wanneer zij sneller vooruit wilde dan hij of hij een antwoord nodig had dat zij hem op dat moment niet kon geven. In de gesprekken bleven we daarom teruggaan naar wat er werkelijk gebeurde zodra verlangen, boosheid, schaamte, gemis of angst tussen hen in kwam te staan en ieder bijna vanzelf weer zijn eigen kant op bewoog.
Een van de momenten die me bijbleef was veel kleiner dan de gesprekken over die andere man of over de vraag of ze samen verder wilden. Hij vertelde dat ze de avond ervoor aan tafel hadden gezeten nadat de kinderen weg waren, zijn telefoon ergens in de keuken lag en ze veel langer bleven zitten dan ze van plan waren. Op een gegeven moment hadden ze het over iets van vroeger gekregen en moesten ze allebei lachen om een herinnering waarvan ze ieder een totaal andere versie bleken te hebben. Terwijl hij het vertelde keek zij naar hem en vulde hem halverwege aan. Hij liet haar uitpraten, zij verbeterde nog één detail en daar moesten ze opnieuw om lachen. Even zaten ze in mijn kamer zoals ze die avond blijkbaar ook aan hun eigen tafel hadden gezeten, twee mensen met een lange geschiedenis die elkaar heel goed kenden en elkaar opnieuw iets te vertellen hadden.
“We leefden naast elkaar en misten wat ons ooit vanzelf verbond.”
We hebben elkaar weer leren verstaan, juist op de momenten waarop het moeilijk werd.
Gijsbert & Marjan (42), Den Haag


















