Het leven dat ze had opgebouwd voelde steeds minder als het hare
Over jezelf kwijtraken, leven volgens verwachtingen en opnieuw ontdekken wat werkelijk bij je past
Ze kwam bij mij omdat ze moe was en kon tegelijkertijd een behoorlijk overtuigend verhaal houden over waarom haar leven eigenlijk goed was. Ze had werk waar ze ooit bewust voor had gekozen, een gezin van wie ze hield, vrienden, familie en een agenda waarin meestal al weken vooruit van alles stond. Wanneer iemand vroeg hoe het met haar ging, zei ze vaak dat het druk was. Dat was waar en bovendien een handig antwoord. Bijna iedereen begreep het en zelden vroeg iemand daarna nog: ja, maar hoe gaat het met jóú?
In onze eerste gesprekken vertelde ze veel over de mensen om haar heen. Ze wist wat haar partner bezighield, maakte zich zorgen over een van haar kinderen, dacht mee met een vriendin en kon precies uitleggen waarom een situatie op haar werk ingewikkeld was. Wanneer ik vroeg waar zij zelf behoefte aan had, keek ze me soms aan alsof ik haar een verrassend moeilijke vraag had gesteld.
‘Ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik zelf wil.’
Ze zei het een paar keer in verschillende vormen. Bij grote keuzes en bij heel kleine. Wat wilde ze met haar werk? Geen idee. Waar kreeg ze energie van? Lastig. Waar had ze zin in als er onverwacht een zaterdag leeg was? Daar moest ze eerst over nadenken. Ze was heel goed geworden in aanvoelen wat een situatie van haar vroeg en had onderweg steeds minder hoeven oefenen in de vraag wat zijzelf ergens van vond.
Dat zat soms in dingen die op zichzelf nauwelijks de moeite waard leken. Een afspraak aannemen terwijl ze bij het lezen van het bericht al voelde dat ze geen zin had. Toch meegaan omdat het voor de anderen gezellig was. Op haar werk nog iets oppakken omdat zij wist dat het anders bleef liggen. Wanneer ze eindelijk een avond voor zichzelf had, kon ze vervolgens zo weinig bedenken waar ze behoefte aan had dat ze op de bank belandde met haar telefoon en zich daar na een uur ook weer aan ergerde.
Ze had veel verstandige keuzes gemaakt. Opleiding, werk, relatie, gezin; iedere stap was op het moment zelf goed te begrijpen geweest. Er was nergens één afslag aan te wijzen waar ze verkeerd was gereden. Juist dat vond ze verwarrend. Ze wilde haar leven ook helemaal niet weggooien. Ze wilde alleen weten waarom ze er zelf steeds zo weinig in leek voor te komen.
Ik vroeg haar soms een keuze waarover ze uitgebreid nadacht even kleiner te maken. Geen vijfjarenplan, geen antwoord op de vraag wat ze ‘met haar leven wilde’. Wat gebeurde er wanneer ze zich voorstelde dat ze ja zei? En wat gebeurde er bij nee? Bij sommige dingen kwam er verrassend snel een reactie. Opluchting bijvoorbeeld, waarna haar hoofd onmiddellijk met een keurige lijst redenen kwam waarom nee zeggen toch ingewikkeld was.
Ook haar jeugd kwam ter sprake. Ze had vroeg geleerd rekening te houden met anderen en voelde gemakkelijk aan wat er van haar verwacht werd. Waardering kreeg ze voor dingen die ze goed deed, voor aanpassen wanneer dat nodig was en voor verantwoordelijkheid nemen. Dat had haar veel gebracht. Ze kon zich gemakkelijk bewegen in groepen, was betrouwbaar en wist hoe je iets voor elkaar kreeg. Het maakte het ook heel gewoon om eerst om zich heen te kijken voordat ze bij zichzelf te rade ging.
We begonnen daarom minder te praten over de grote vraag wie ze ‘werkelijk’ was. Die vraag vond ze zelf trouwens ook een beetje vermoeiend. We hadden het vaker over een dinsdagmiddag, een etentje waar ze tegenop zag, een gesprek met haar partner of die ene werktaak waarvan ze bij voorbaat wist dat ze hem toch weer naar zich toe zou trekken. Wat wilde ze zeggen voordat ze bedacht wat verstandig was? Waar had ze zin in voordat ze bedacht wat praktisch was? Wanneer hoorde ze zichzelf ja zeggen terwijl haar eerste reactie al nee was geweest?
Daar kwamen soms antwoorden uit die haar zelf verrasten. Ze miste dingen die ze jarenlang nauwelijks belangrijk had gevonden. Tijd alleen. Iets doen zonder dat het ergens goed voor hoefde te zijn. Mensen bij wie ze niet automatisch degene werd die luisterde en meedacht. Er waren ook wensen waarvan ze had gedacht dat ze ze nog steeds had en die bij nader inzien vooral heel lang op haar lijst hadden gestaan.
Thuis begon ze kleine dingen anders te doen. Ze zei soms dat ze ergens geen zin in had zonder er een uitgebreide verdediging achteraan te sturen. Ze vroeg haar partner iets over te nemen voordat ze zelf al half klaar was. Op haar werk liet ze iets liggen wat daadwerkelijk bij iemand anders hoorde. De wereld bleek daar meestal gewoon om door te draaien, wat ergens ook een licht beledigende ontdekking was na al die jaren van onmisbaarheid.
Niet iedereen vond iedere verandering onmiddellijk prettig. Mensen waren gewend aan haar beschikbaarheid en zij was gewend aan hun waardering daarvoor. Soms zei ze nee en voelde ze zich daarna uren schuldig. Soms koos ze voor zichzelf en vroeg ze zich vervolgens af of ze egoïstisch was geworden. Dan keken we naar wat ze werkelijk had gedaan. Meestal bleek de revolutie te bestaan uit een afspraak afzeggen, iemand zelf zijn probleem laten oplossen of een avond vrijhouden.
Na verloop van tijd vertelde ze anders over haar weken. Er kwamen vaker zinnen in voor die begonnen met ik wilde, ik had zin in of ik heb besloten. Ze hoefde daarvoor haar baan, relatie of gezin niet achter zich te laten. Veel van wat ze had opgebouwd paste nog steeds bij haar. Ze begon alleen vaker te kiezen terwijl ze er zelf ook bij was.
Een keer vertelde ze dat iemand haar had gevraagd of ze in het weekend mee wilde naar iets waar ze werkelijk geen zin in had. Normaal zou ze haar agenda erbij hebben gepakt, gekeken wie er allemaal gingen en waarschijnlijk uiteindelijk toch ja hebben gezegd.
Deze keer had ze geantwoord: ‘Nee, dank je. Ik heb andere plannen.’
Die andere plannen bleken er nog niet te zijn.
“Ik wist al lang dat er iets moest veranderen… alleen ik kwam er zelf niet uit.”
Ik durf nu keuzes te maken die echt bij mij passen.
Laura (35), arts, Den Haag


















