Waarom werk zelden alleen over werk gaat
Over samenwerking, vertrouwen en de patronen die we meenemen naar kantoor.
Toen ik bijna twintig jaar geleden besloot het bedrijfsleven achter me te laten en psychotherapeut te worden, speelde ik met een idee dat me onmiddellijk enthousiast maakte. Ik noemde het Therapie in Bedrijf. In Amerika werd op sommige plekken al onderzocht hoe psychologische patronen invloed hebben op samenwerking, leiderschap en besluitvorming. In Nederland hoorde therapie vooral thuis in de privésfeer. Op het werk spraken we over coaching, ontwikkeling en functioneren.
Het idee verdween naar de achtergrond terwijl ik mijn praktijk opbouwde. De afgelopen jaren merkte ik dat het onderwerp vanzelf weer naar me toe kwam. Eerst af en toe. Daarna steeds vaker. Mensen kwamen niet omdat hun liefdesrelatie vastliep. Ze kwamen omdat samenwerken moeilijk was geworden. Omdat een collega steeds dezelfde irritatie opriep. Omdat een compagnon voelde als iemand met wie ze ooit moeiteloos samenwerkten en nu nauwelijks nog een gesprek konden voeren zonder spanning.
De onderwerpen kwamen uit hun werk. De gevoelens waren veel ouder.
Onlangs zaten twee mensen tegenover me die samen verantwoordelijk waren voor een organisatie. Ze waren intelligent, betrokken en succesvol in hun vak. Hun gesprekken begonnen meestal bij strategie, verantwoordelijkheden en besluitvorming. Terwijl ze vertelden over de dagelijkse praktijk, verschoof de aandacht steeds weer naar iets anders. Naar de teleurstelling die ontstaat wanneer iemand zich niet gehoord voelt. Naar de irritatie die groeit wanneer dezelfde discussie zich blijft herhalen. Naar de behoefte om te weten of je op de ander kunt rekenen wanneer het spannend wordt.
Zij vertelde hoe moe ze werd van eindeloos analyseren en afwegen. Hij vertelde hoe onrustig hij werd wanneer besluiten te snel werden genomen. Beiden konden haarfijn benoemen wat de ander deed. Beiden onderzochten gaandeweg welke ervaringen en overtuigingen ze zelf meebrachten naar die samenwerking.
In de weken daarna ontstonden gesprekken over verantwoordelijkheid, loyaliteit, verwachtingen en vertrouwen. Er werd gesproken over de manier waarop mensen omgaan met kritiek. Over wat er gebeurt wanneer iemand zich buitengesloten voelt. Over de behoefte aan erkenning. Over de spanning die ontstaat wanneer twee mensen hetzelfde doel hebben en toch steeds opnieuw vastlopen in hun contact.
Terwijl ik naar hen luisterde, dacht ik regelmatig terug aan dat oude idee: Therapie in Bedrijf.
Niet omdat werkrelaties hetzelfde zijn als liefdesrelaties. Wel omdat dezelfde menselijke thema’s steeds terugkeren. De behoefte om gezien te worden. Het verlangen naar waardering. De angst om afgewezen te worden. Het zoeken naar vertrouwen wanneer iets belangrijk voor je is.
We nemen onszelf overal mee naartoe.
De patronen die zichtbaar worden in een liefdesrelatie verschijnen vaak ook op de werkvloer. De manier waarop iemand omgaat met conflict, verantwoordelijkheid, afhankelijkheid, kritiek of samenwerking verdwijnt niet zodra de laptop opengaat en de werkdag begint.
Aan het einde van een sessie liepen ze samen de deur uit. Hun agenda’s zaten nog steeds vol. Hun organisatie wachtte op hen. De uitdagingen op hun werk waren niet verdwenen. Wat wel veranderd was, was de manier waarop ze naar zichzelf en naar elkaar keken.
Soms brengen mensen meer tijd door met collega’s dan met hun partner, vrienden of familie.
Misschien is het daarom helemaal niet zo vreemd dat juist daar zichtbaar wordt wat we ooit hebben geleerd over vertrouwen, nabijheid, verantwoordelijkheid en samenwerking.
“Ik dacht dat het over mijn werk ging… totdat ik zag wat ik steeds meenam uit andere relaties.”
Ik begrijp nu beter waarom bepaalde dynamieken me zo raken.
Louis, manager, Den Haag


















